buildingcontrol-grijs.jpg

Helaas is het niet altijd mogelijk de werkplek afdoende te beveiligen tegen valgevaar. Als een beveiliging van de 'hoge' werkplek redelijkerwijs niet haalbaar is, dan moet u aan de slag met valbeveiligende middelen. De wet schrijft dit voor vanaf een hoogte van 2,5 meter die binnen 4 meter vanaf de dakrand plaatsvinden!

Valbeveiliging is noodzaak
Risico's bij het werken op hoogte worden nog altijd onderschat. Volgens cijfers van de Europese Unie komt er dagelijks iemand dodelijk ten val in Europa bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden. Het zijn vaak de momenten waarbij men niet stilstaat dat men gevaar loopt. Er gebeuren meer ongevallen bij mensen die vallen van een hoogte van 3 tot 5 meter dan van een hoogte van 20 tot 50 meter. De oorzaak hiervan heeft te maken met ons gevoel. Zodra men niet het gevoel heeft direct onveilig te zijn, ziet men het gevaar ook niet en is men minder oplettend.

Het belangrijkste is - wanneer u werkzaamheden op hoogte moet gaan verrichten - de gevaren voor uzelf redelijkerwijs te inventariseren, waarbij de wettelijke bepalingen in acht genomen moeten worden! Op basis van deze inventarisatie stemt u de juiste materialen af. Voor de werknemer is de werkgever verplicht de juiste materialen met de juiste training en opleiding te verschaffen. Daartegenover staat dat de werknemer verantwoordelijk is voor de zorg en het juiste gebruik van de materialen.

Stel uw vraag

Vraag de Mastermate-specialisten Persoonlijke Veiligheid & Bedrijfskleding om advies over:

  • mobiele valbeveiliging
  • permanente valbeveiliging.

Regelgeving
Werkend Nederland heeft te maken met de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet), het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit), de Arbeidsomstandighedenregeling (Arboregeling) en de beleidsregels. De Arbeidsomstandighedenwet heeft betrekking op veiligheid, gezondheid en welzijn.

Lees meer...

De Arbowet is een:

  • algemene verplichting voor de werkgever
  • algemene verplichting voor de werknemer
  • voorschriften voor samenwerking en overleg tussen werkgever, werknemers, deskundigen en het overheidstoezicht.

Bij werkzaamheden op daken met een valhoogte van 2,5 meter dient u met het volgende rekening te houden:

  • Als het werken zich beperkt tot werklocaties op 4 meter van de dakrand of meer, kan men zich beperken tot het aanbrengen van een markering op 4 meter van de dakrand
  • Als het werken zich beperkt tot werklocaties op 2 meter van de dakrand of meer, kan men zich beperken tot het aanbrengen van een flexibele af zetting op 2 meter van de dakrand
  • Indien men werkt binnen 2 meter van de dakrand, dienen vaste valbeperkende voorzieningen aan de dakrand geplaatst te worden zo als leuningwerk of borstwering van ten minste 1,10 meter hoog of er dienen veiligheidsvoorzieningen op het dak opgenomen te worden
  • De dakrand moet aan weerszijden van de toegang over een lengte van 4 meter voorzien zijn van en hekwerk of leuning van ten minste 1,10 meter hoog en de overstap van ladder naar het dak moet veilig zijn
  • Collectieve bescherming (bijvoorbeeld een hekwerk) geniet de voorkeur boven persoonlijke beschermingsmiddelen (harnassen). Echter bij kortdurende werkzaamheden, zoals inspecties, klein onderhoud, werken aan de borstwering e.d. mag gebruik gemaakt worden van persoonlijke beschermingsmiddelen.

De beleidsregels zijn algemeen verbindende voorschriften. De beleidsregel voorzieningen bij valgevaar geeft onder andere aan dat er doelmatige voor-zieningen moeten worden aangebracht indien er een hoogteverschil is van 2,5 meter of meer. Onder de 2,5 meter hoeven in principe geen voorzieningen te worden getroffen, tenzij er sprake is van risico verhogende omstandigheden bijvoorbeeld bij uitstekende delen, doorvalgevaar, water of anderszins.

Om de risico's te minimaliseren geeft de Arbowet de voorkeur aan de volgende aanpak:

  • bestrijding bij de bron
  • maatregelen gericht op collectieve bescherming
  • maatregelen gericht op individuele bescherming
  • persoonlijke beschermingsmiddelen.

De werkgever is verplicht de juiste materialen met de juiste training te verschaffen voor medewerkers die werkzaam zijn op hoogte. Daar tegenover staat dat de werknemer daarbij verantwoordelijk is voor de zorg en het juiste gebruik van deze materialen.

Valbeveiligingsmaterialen en persoonlijke beschermingsmiddelen dienen per persoon op maat verstrekt te worden. Indien materialen aangeboden worden die reeds gebruikt zijn, dienen deze voorzien te zijn van een bewijs dat ze zijn gekeurd. Daarnaast is het altijd belangrijk dat de gebruiker zelf grondig en kritisch de materialen die hij of zij gaat gebruiken beoordeeld en betrouwbaar acht.

Algemene adviezen valbeveiliging

  • controleer vóór gebruik steeds op gebreken
  • gebruik lijnen en toebehoren nooit voor andere doeleinden
  • breng ophangpunten zoveel mogelijk loodrecht boven de gebruikers aan
  • onderhoud, reinig en bewaar valbeschermingsmiddelen zorgvuldig
  • laat het materiaal tijdig keuren d.w.z. minimaal 1 keer per jaar na de ingebruiknamedatum.

Hieronder vindt u informatie over:

  • Mobiele valbeveiliging (harnasgordel, vanglijnen, verankeringspunten, valstopapparatuur, lijnklemmen op flexibele veiligheidslijnen)
  • Permanente valbeveiliging.
Lees meer...

Mobiele valbeveiliging
Een harnas biedt uitkomst als er geen permanente valbeveiliging op het pand aanwezig is, maar hou er rekening mee dat een vanggordel ook ernstige kwetsuren kan veroorzaken.
Tip: Een vanglijn moet daarom altijd zo hoog mogelijk worden bevestigd. Dan kan het lichaam de valkrachten goed opvangen, waardoor het risico op letsel klein is. De verbindingslijn moet zijn voorzien van een valdemper.

Hieronder wordt zichtbaar gemaakt wat de valkrachten zijn als er een valdemper of juist geen valdemper wordt gebruikt:
 

Zonder schokdemper
(persoon van 100 kg)
Met schokdemper
(persoon van 100 kg)
Val 0,5 meter 660 kg Val 0,5 meter 130 kg
Val 1 meter 1220 kg Val 1 meter 200 kg

Wanneer bij werkzaamheden een grotere bewegingsvrijheid noodzakelijk is, kan bijvoorbeeld een automatisch valstopapparaat worden toegepast. Het valstopapparaat bestaat uit een:

  • huis met een stop
  • en terugloop­mechanisme.

De lijn die aan de D-ring van een harnasgordel wordt bevestigd, blijft automatisch strak staan. Het gebruik hiervan is uitsluitend toegestaan met een harnasgordel.

Normering per onderwerp


Harnasgordel - EN 361: De harnasgordel vormt de basis van elk valbeveiligingssysteem. Overigens bestaat elk systeem tenminste uit een harnasgordel met vanglijn en valdemper. Een harnasgordel met lijn zonder valdemper is geen valbeveiligingssysteem en mag alleen voor gebiedsbegrenzing worden ingezet. In werksituaties waar het gevaar voor vallen bestaat, is een (volledige) harnasgordel verplicht. Een harnasgordel geeft de drager de grootst mogelijke bescherming, omdat haast alle valkrachten door de zijden en het zitvlak worden geabsorbeerd. Zelfs bij een val behoudt de werknemer zijn bijna rechtstaande positie. Bij een harnasgordel mogen alleen de rug- en/of borstbeveiligingspunten worden gebruikt. Indien de harnasgordel uitgerust is met een geïntegreerde heupgordel met bevestigingspunten in de zijden, dan mag deze alleen voor werk-positionering of gebiedsbegrenzing worden gebruikt.

Vanglijnen - EN 354/355: De totale lengte van een vanglijn (of valband) mag inclusief de koppelingen (bijv. karabijnhaken) niet meer dan 2 meter bedragen. Wordt een vanglijn voor valopvang in combinatie met een harnasgordel gebruikt, dan moet de vanglijn van een energie-absorberende valdemper voorzien zijn. Een vanglijn zonder valdemper is geen valbeveiliging. Een (deels) uitgescheurde valdemper is niet langer bruikbaar. Kies in elk geval steeds een betrouwbaar verankeringspunt. Voor valdemper­vanglijnen met een lengte van 2 meter, bedraagt de vrije valruimte onder het bevestigingspunt tenminste 6,25 meter.

Verankeringspunten - EN 795: U mag over de beste beveiliging beschikken, deze is waardeloos als het verankeringspunt niet sterk genoeg is. Het verankeringspunt moet een minimale valbelasting van 10 kN (1000 kg) zonder schade kunnen weerstaan. Kies geen structureel verankeringspunt met scherpe hoeken of randen. U loopt dan het risico dat door voortdurend langs schuren, lijnen of banden slijten en scheuren. Zoek een verankeringspunt bij voorkeur boven de gebruiker en nooit beneden het bevestigingspunt aan de harnasgordel. Dit om een langere valweg te voorkomen die groter is dan de lengte van de vanglijn. Ook mobiele verankeringspunten vallen onder de norm EN 795.

Valstopapparaten - EN 360:
Valstopapparaten maken grote werkafstanden t.o.v. het verankeringspunt. Automatische valstopapparaten zijn zelfblokkerend en voorzien van een automatisch oprolsysteem dat de kabel steeds onder een geringe spanning houdt. Hierdoor wordt de valweg tot een absoluut minimum beperkt. Een valstopapparaat kan horizontaal gebruikt worden i.c.m. een stalen sling van 2 meter. Kleine, automatische vangband valstopapparaten zijn prima geschikt voor moeilijke werksituaties, waarbij een in een bocht hangende vanglijn of vangband zelf een gevaarlijke situatie oplevert of waar de valweg tot een absoluut minimum moet worden beperkt.

Lijnklemmen op flexibele veiligheidslijnen - EN 353/2: Dit type valbeveiligingsmiddel werkt met behulp van een flexibele verankerings- of veiligheidslijn. De lijnklem glijdt, zowel omhoog als omlaag, vrij over de veiligheidslijn en blokkeert hierop automatisch tijdens een val. Ook lijnklemmen kunnen horizontaal worden gebruikt. U gebruikt de lijnklemmen het beste alleen in combinatie met de bijbehorende veiligheidslijnen. De veiligheids- of verankeringslijn moet aan de bovenzijde aan een verankeringspunt bevestigd kunnen worden. Voorkom dat de lijnklem aan de onderzijde ongewenst van de lijn afglijdt.

Bij Mastermate kunt u terecht voor handige, kant-en-klare sets, maar ook voor losse onderdelen zoals lijnen, valstopblokken, musketonhaken, harnassen en natuurlijk voor de valstopapparaten. Kijk in onze webshop voor meer informatie of maak een afspraak met een de Mastermate-specialisten Persoonlijke Veiligheid & Bedrijfskleding, stuur een mail naar info@mastermate.nl.van onze specialisten.

Permanente valbeveiliging
Wanneer er herhaaldelijk met valbeveiliging op hetzelfde pand gewerkt moet worden, dan is permanente valbeveiliging een goede oplossing. Er zijn verschillende typen permanente valbeveiliging. Mastermate levert voor elk gebouw een oplossing op maat met oplossingen die maximale veiligheid bieden tot systemen met de minimaal vereiste veiligheid. Mastermate kan zowel in de berekening, de installatie en de jaarlijkse keuringen voorzien.

Om de betrouwbaarheid van valbeveiliging continue te blijven waarborgen, is het van belang dat er jaarlijks inspecties en keuringen plaatsvinden. Officieel dient mobiele valbeveiliging (persoonlijk beschermingsmiddel) jaarlijks geïnspecteerd te worden. Bij een permanente installatie is dit sterk afhankelijk van de gebruiksfrequentie van het systeem. Mastermate werkt samen met AllRisk, een VCA-erkend bedrijf, waarvan de experts periodieke inspecties kunnen uitvoeren. Kenmerkend voor het verlenen van het certificaat is dat de valbeveiliging aan alle eisen en normen voldoet. Inspecties worden door de experts professioneel, nauwgezet en adequaat uitgevoerd. Een absolute must om de veiligheid van de werknemers te kunnen garanderen. Jaar in, jaar uit. Vraag bij de Mastermate-specialisten Persoonlijke Veiligheid & Bedrijfskleding naar de mogelijkheden, stuur een mail naar info@mastermate.nl.

Mobiel ankerpunt
Gebouwen of objecten zijn niet altijd voorzien van permanente valbeveiliging. Ook zijn er niet altijd mogelijkheden om valbeveiligingen ergens aan te vast te maken, zoals aan hekwerken of staalkabeltrajecten. Om dan toch veilig en betrouwbaar te kunnen werken, is de Jamb Anchor ontwikkeld. Dit mobiele ankerpunt is te bevestigen in een deur- of raamoplossing. Ideaal voor tijdelijke werkzaamheden zowel binnen als buiten. Op bijvoorbeeld nieuwbouwprojecten waar aanhaakmogelijkheden nog ontbreken. Vraag de Mastermate-specialisten Persoonlijke Veiligheid & Bedrijfskleding om meer informatie.

Trainen
Werken met valbeveiliging is niet alleen weten hoe het moet. Veilig werken met valbeveiliging vereist enige behendigheid en discipline. Een goede instructie is dus op zijn plaats. AllRisk is hiervoor uitstekend uitgerust (onze trainingstoren is uniek in Europa). Onze leverancier AllRisk verzorgt trainingen vanuit het beginsel dat gewoonten veiliger zijn dan regels. In de trainingen wordt er dan ook naar gestreefd de deelnemers in enkele stevige praktijksessies het principe "valveilig" volledig eigen te maken. Bekijk hieronder de trainingsmogelijkheden bij AllRisk:

Basis klimtraining - Tijdens de "basis klimtraining" brengen wij u de basisprincipes van het veilig werken op hoogte bij. Er wordt behandeld wanneer u valbeveiligingsmaterialen dient te gebruiken en op welke manier. Daarbij leert u risico's van het werken op hoogte te inventariseren en welke voorbereidingen u kunt treffen. Vervolgens wordt met verschillende soorten valbeveiligingsmaterialen geoefend in onze speciaal voor dit doel gebouwde klimtoren. De nadruk in deze training ligt op de wijze van klimmen met valbeveiliging en positioneren.

Klimtraining voor gevorderden - In deze praktijktraining wordt de "basis klimtraining" uitgebreid met een reddingstraining en verschillende afdalingstechnieken. De doelstelling van de training is de cursist beslissingsvaardig te maken en in staat reddingsmaatregelen te nemen. Aan het einde van de dag kan iedere deelnemer een eenvoudige reddingstechniek uitvoeren. De training wordt waar mogelijk toegespitst op de branche waarin de deelnemers werkzaam zijn en kan eventueel op locatie gegeven worden.

Inspectietraining - Het controleren en testen van de valbeveiligingsmaterialen met behulp van een checklist staat centraal in deze training. Het doel is de cursist in staat stellen om zelfstandig veiligheidsinspecties uit te voeren. Het diploma voor deze training is 1 jaar geldig en kan verlengd worden door een jaarlijkse herhalingstraining. Zo blijft de cursist op de hoogte van nieuwe regelgeving en materialen.

Herhalingstraining - Uit de praktijk blijkt dat een periodieke "opfristraining" de veiligheid ten goede komt. Nieuwe regelgeving, technieken en materialen worden besproken en geoefend in de klimtoren. Deze training wordt alleen gegeven aan cursisten die reeds in het bezit zijn van een AllRisk klimdiploma.

Na afloop van iedere training worden de deelnemers getoetst. Bij positief resultaat, wordt het AllRisk-certificaat overhandigd. Meld u aan via de website van AllRisk